Competenties begeleiders

Op de vorige pagina zagen we voor welke cliënten de methode geschikt is. Op deze pagina onderzoeken we welke competenties en vaardigheden het programma vraagt van de begeleiders.

Meer Contact is een training (of zelfhulpcursus) voor cliënten. Toch vraagt inzet van het programma het nodige van de begeleiders. De (juiste) deelnemers moeten geworven worden, de aanpak dient goed uitgelegd te worden en deelnemers moeten op min of meer vaste momenten (telefonisch) begeleid worden.

Het belang van een goede uitleg

Een zelfhulpprogramma staat of valt met de duidelijkheid van de uitleg. Alles moet 100% goed werken, de deelnemer moet onder geen beding thuis zitten en vragen hebben en niet weten waar die te stellen. Zeker bij online programma's is het van wezenlijk belang dat alles werkt en duidelijk is.

De begeleider moet het programma dus goed kennen en goed uit kunnen leggen. Het eerste contactmoment is ook een belangrijk moment om belangrijke zaken in de uitvoering door te nemen. (Belscript eerste contactmoment).

Het belang van een goede planning

Duidelijkheid omtrent de contactmomenten schept helderheid voor de deelnemer (en kan werken als een stok-achter-de-deur). Jij als social worker zult hier dus goed de regie op moeten houden en steeds tijdens een contactmoment een vervolgafspraak maken. Hiermee bespaar je zelf veel regel-tijd.

Omdat deelnemers niet allemaal tegelijk beginnen, vraagt het inplannen van de contactmomenten het nodige agendabeheer van de social worker. 

Social skills

Als social worker of als vrijwilliger in het sociaal domein beschik je waarschijnlijk over een flinke dosis social skills. En dat is maar goed ook. Want om deelnemers effectief te begeleiden, heb je deze wel nodig.

  • Om kunnen gaan met eenzaamheid. Dit vraagt al best veel van jou als begeleider. Eenzaamheid kan confronterend zijn. Eenzaamheid haalt niet altijd het beste in mensen boven, mensen kunnen er claimerig of klagerig van worden. De ene deelnemer praat heel makkelijk over zijn eenzaamheid, de andere benoemt het niet als zodanig maar gebruikt andere woorden. En weer een andere deelnemer ontkent een probleem te hebben.
  • Omgaan met weerstand: deelnemers kunnen weerstand ervaren. Veranderen is eng en weerstand hoort erbij. Voor jou als begeleider is het dan wel van belang dat je weerstand weet te herkennen en weet te hanteren.
  • Weten te motiveren: deelnemers kunnen, na verloop van tijd, minder gemotiveerd raken. Het is belangrijk dat jij als begeleider samen met hen op zoek gaat naar motivatie.

In dit handboek staat per contactmoment een belscript. Deze scripts dienen als een hulpmiddel dat tot je beschikking staat. In de scripts staan ook aanwijzingen ten aanzien van weerstand en motiveren.

Ga naar Inhoud hoofdstuk 2 Uitvoering

 





 

 

Inhoudsopgave

 

 

 


 

Begeleiding door vrijwilligers of profs?

Het organiseren van de begeleiding is een keuze van de lokale welzijnsorganisatie. Aan de inzet van zowel vrijwilligers als profs zitten voor- en nadelen. Zo hebben vrijwilligers doorgaans meer tijd. Het is wel van belang dat de welzijnsorganisatie de vrijwilligers selecteert, voorbereidt op hun taak en ook begeleidt. De ervaring leert overigens dat veel vrijwilligers in het sociale domein ook zijn opgeleid in die sector.